Volgens de enquête van het CBS is het vertrouwen van Nederlandse ondernemers in de industrie in augustus verbeterd. De index steeg van -4,9 in juli tot -2,2. Daarmee kwam de waarde dicht in de buurt van het gemiddelde sinds 2007. Alle drie de deelindicatoren verbeterden.
Bij de deel deelindicator 'verwachte bedrijvigheid' overtrof het aantal positieve antwoorden het aantal negatieve antwoorden. Dat is best opvallend want je zou denken dat de perikelen rond de Amerikaanse importheffingen de stemming juist zouden drukken. Kennelijk is toch sprake van enige cyclische verbetering.
Ook Duitse ondernemers werden in augustus optimistischer. De Ifo-index steeg licht: van 88,6 in juli naar 89,0. Dat was vooral te danken aan de verwachtingencomponent. Hoewel het niet geheel vergelijkbare indicatoren zijn (de Ifo-index omvat ook bedrijven in de dienstensector) is het verschil met de CBS-index toch interessant in de zin dat het Duitse producentenvertrouwen nog wat verder verwijderd is van het gemiddelde over de wat langere termijn. Wellicht duidt dat erop dat de uitdagingen voor het Duitse bedrijfsleven groter zijn dan voor het Nederlandse bedrijfsleven.
De index van het 'economisch sentiment' in de eurozone daalde in augustus juist fractioneel: van 95,7 in juli naar 95,2. Deze index is nog weer breder dan de CBS-index en die van de Ifo. Het 'economisch sentiment' meet niet alleen het vertrouwen van producenten, maar ook dat van consumenten.
De discussie over de Amerikaanse conjunctuur duurt voort. Eerder deze maand leidde de fors neerwaartse herziening van de cijfers over het aantal in mei en juni gecreëerde banen tot een hoop ophef en het ontslag van de baas van het Bureau of Labor Statistics. Trump meent dat er met de cijfers wordt gesjoemeld om de indruk te wekken dat het onder zijn leiderschap niet goed gaat met de economie.
Tijdens zijn toespraak bij de conferentie in Jackson Hole ging Fed-baas Powell daarop in. Hij constateerde dat de banengroei weliswaar fors was afgezwakt, maar dat de arbeidsmarkt desondanks heel krap blijft. Dat werd deze week nog eens bevestigd door de cijfers over het aantal aanvragen voor werkloosheidsuitkeringen. Dat blijft onverminderd laag en laat geen stijging zien. Je zou wel een stijging van die WW-uitkeringen verwachten als de arbeidsmarkt behoorlijk verslechtert. In de meest recente week was het aantal WW-aanvragen 229.000 tegen 234.000 in de week ervoor en van een duidelijk stijgende trend in de laatste maanden is niets te zien. Terecht, naar mijn idee, wees Powell erop dat deze schijnbare inconsistentie wellicht te maken heeft met de ontwikkeling van de beroepsbevolking. Door de gestopte immigratie en de deportatie van illegalen krimpt die. Ik denk dat Trump hier de plank compleet misslaat. De komende week moeten de cijfers over de banengroei in augustus worden gepubliceerd. Ik ben benieuwd hoe die eruit zien, al is niet uit te sluiten dat het statistische bureau onder nieuw, Trumpiaans leiderschap helemaal geen cijfers publiceert en eerst een stevige interne audit uitvoert om elke schijn van gesjoemel de kop in te drukken.
De Amerikaanse economie is in het tweede kwartaal met 3,3% gegroeid (geannualiseerd) ten opzichte van het eerste kwartaal. Eerder was de groei geschat op 3,1%. Dit mooie groeicijfer volgt op de lichte krimp in het eerste kwartaal. Een duidelijk inzicht in de stand van de conjunctuur bieden de cijfers niet. Ze zijn sterk vertekend door de importheffingen. In het eerste kwartaal probeerden bedrijven de importheffingen voor te zijn. Daardoor steeg de import van goederen in dat kwartaal met liefst 51,6%. Dat drukte de bbp-groei met bijna 5%-punt. In het tweede kwartaal, toen de hogere heffingen waren aangekondigd en deels werden doorgevoerd, daalde de import van goederen juist weer met 34,6%. Dat gaf de bbp-groei in het tweede kwartaal een impuls van 4,9%.
Meer indicatief voor de ontwikkelingen is dat de consumptiegroei 1,6% (geannualiseerd) beliep ten opzichte van het eerste kwartaal. Dat is niet indrukwekkend, maar evenmin zorgelijk. De bedrijfsinvesteringen in vaste activa boekten in het tweede kwartaal een fraaie plus van 5,7% (geannualiseerd) ten opzichte van het voorgaande kwartaal. In gebouwen werd door bedrijven minder geïnvesteerd, maar in 'equipment' en vooral in intellectueel eigendom juist meer: respectievelijk 7,5% en 12,8%.
De maandreeks van de orders voor duurzame goederen liet in juli positieve cijfers zien. In die rapportage kijk ik vooral naar de cijfers over de 'verzending van kapitaalgoederen exclusief defensie en vliegtuigen'. Dat is een indicatie voor investeringen in machines. In juli werd voor 3,4% meer verzonden dan een jaar eerder. De grafiek laat een opwaartse trend zien in de laatste maanden.
Bij de herziening van de bbp-cijfers over het tweede kwartaal zijn ook cijfers gepubliceerd over de bedrijfswinsten. Die zijn gestegen. Bedrijfswinsten zijn een belangrijke conjunctuurindicator. Recessies worden steevast voorafgegaan door dalende bedrijfswinsten. Daarvan is momenteel geen sprake. Mijn inschatting is daarom dat een recessie in de VS niet direct op de loer ligt.
Afsluitend
Nederlandse industriële ondernemers zijn in augustus iets positiever geworden. Ze verwachten dat hun bedrijvigheid de komende maanden zal toenemen. De CBS-index ligt vlakbij het langjarige gemiddelde.
Ook Duitse ondernemers zijn iets positiever geworden al blijft hun stemmingsindex nog wat verder achter bij het langjarige gemiddelde.
De Amerikaanse economie is in het tweede kwartaal fors gegroeid, maar die cijfers zijn vertekend door de importheffingen. Toch schetsen de cijfers met betrekking tot de particuliere consumptie en de bedrijfsinvesteringen een bemoedigend beeld.
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.