Drie à vier melkfabrieken in Nederland moeten tegen 2030 de deuren sluiten vanwege overcapaciteit op de markt, verwacht ABN Amro. 'Het bedrijf dat de strijd om de melkstroom verliest, gaat de pijn voelen en zal op termijn productie moeten afschalen', aldus een nieuw rapport van de bank.
De bank verwacht dat het aantal melkkoeien in 2030 vergeleken met nu met 8% gedaald is. "Zuivelverwerkers hebben grote fabrieken staan met kapitaalintensieve productielijnen en worden de komende jaren geconfronteerd met een afnemende melkplas", stelt het rapport. Het aantal zuivelfabrieken in Nederland schommelde tussen 2020 en 2025 tussen de 52 en 54, aldus de bank. Door krimp van de veestapel dreigt overcapaciteit. Volgens de bank zullen sommige zuivelfabrieken dan op minder dan twee derde van de capaciteit draaien en daardoor niet meer winstgevend zijn.
Zuivelverwerkers willen hun toeleveranciers aan zich binden en dat zorgt voor een opwaartse druk van de melkprijs, constateert de bank. Ook proberen 'ze boeren te lokken met aantrekkelijk premies, bijvoorbeeld voor hun duurzame inspanningen op het gebied van weidegang of versterken van de biodiversiteit rond akkers'. Melkveehouders zijn ook niet meer zo trouw aan hun verwerker als ze elders een betere prijs kunnen krijgen. "Het bedrijf dat de strijd om de melkstroom verliest, gaat de pijn voelen en zal op termijn productie moeten afschalen", schrijft de bank, die ook opmerkt dat zuivelverwerkers met interesse kijken 'naar melk die in de Belgische of Duitse grensregio wordt geproduceerd' en (internationale) fusies.
Het is volgens de bank moeilijk te zeggen welke fabrieken het loodje gaan leggen en of dat nieuwe of juist oudere zijn. Een nieuwe, moderne fabriek kan volgens de bank efficiënter en flexibeler zijn in de verwerking van melk naar andere winstgevende producten, er is minder onderhoud nodig en kosten voor arbeid en energie zijn lager. Aan de ander kant zijn ook de afschrijvingen en financieringskosten hoger, waardoor de kosten per product stijgen als het productievolume daalt. Een verouderde fabriek heeft lagere afschrijvingen, maar biedt minder flexibiliteit en efficiëntie, aldus de bank. "Bij welke bezettingsgraad het nog rendabel is om de fabriek draaiende te houden, is afhankelijk van de productielocatie en de marktomstandigheden."
In haar eigen portfolio ziet de bank dat vooral grotere gangbare melkveebedrijven meedoen aan opkoopregelingen. ABN Amro verwacht aan de hand daarvan dat biologische melkveehouderijen (546 in 2024) zeer weinig gebruik zullen maken van de Lbv(+)-regeling waardoor het aandeel biologische melk in de melkplas iets stijgt.