Onlangs werd het rapport-Wennink gepubliceerd, 'DE ROUTE NAAR TOEKOMSTIGE WELVAART'. Het was een goed idee om de oud-topman van ASML te vragen zich te buigen over de vraag hoe we onze welvaart kunnen bestendigen en liefst verhogen. Van zo iemand kan een frisse blik worden verwacht.
Over zijn rapport is al veel gezegd en geschreven, dus wat kan ik nog toevoegen? Het probleem met zulke rapporten is dat commentatoren vaak een kritische insteek hebben, elk op hun eigen expertise-gebied waardoor discussies al snel dreigen te verzanden. Dat staat daadkrachtige actie vervolgens in de weg. Op het gevaar af dat ik mij voeg in de rij van criticasters, geef ik hier toch maar mijn eigen, onafhankelijke mening, met complimenten, kritiek en toevoegingen.
Toen ik het rapport in handen kreeg, constateerde ik dat achterin een lijst van namen staat van mensen die de 'klankbordgroep' hebben gevormd. Peter Wennink en zijn team hebben, naar verluidt, met heel veel ondernemers gesproken, maar kennelijk was een klankbordgroep ook noodzakelijk. Die lijst bevat 23 namen. Het zijn namen die iedereen kent. Met andere woorden, het is de gevestigde orde. Dat stelde mij enorm teleur. Hoe heeft dat gefunctioneerd? Waren die 23 mensen slechts 'babysitters' die al te doldrieste suggesties moesten voorkomen en Wennink politiek-correct bij de les moesten houden? Wie heeft die mensen geselecteerd? Die 23 spelen al jaren een rol in de beleidsvorming in ons land. Waarom hebben zij al niet de dingen gerealiseerd die Wennink voorstelt? Ik had het interessanter gevonden als ze Wennink in een hok hadden opgesloten en als hij een veel korter rapport had geschreven. Veel onafhankelijker en meer authentiek. Maar goed, nu hebben we een rapport van een dikke 150 bladzijden.
Prima diagnose
Ik ben het helemaal eens met de diagnose. Onze economie blijft achter en investeert onvoldoende in de toekomst. Er zijn mensen voor wie economische groei een vies woord is, maar ik ben het met Wennink eens dat we ons groeipotentieel moeten opvijzelen om onze welvaart te behouden en liefst te vergroten en tegelijkertijd de uitdaging van de (naaste) toekomst succesvol aan te kunnen gaan. De welvaart is afhankelijk van hoeveel uren we werken en hoe productief we in die uren zijn. Het is helder dat we dan vooral willen inzetten op het verhogen van de productiviteit(sgroei).
Ook ben ik het met Wennink eens dat we een fors aantal sterke punten hebben en dat optimisme op z'n plaats is als we die ten volle benutten. Eigenlijk hoeft dat niets eens te volle te zijn. Een betere benutting van ons potentieel zou al een giga-verschil maken. Een uitgebreide samenvatting van het rapport ga ik hier niet geven. Aangezien Wennink – en natuurlijk hij niet alleen – het toenemend gebruik van AI bepleit, heb ik aan Copilot om een samenvatting in 100 woorden gevraagd. Hier:
"Het rapport van Peter Wennink waarschuwt dat Nederland economisch terrein verliest door trage besluitvorming, versnipperd beleid en onvoldoende investeringen. Om toekomstige welvaart veilig te stellen moet Nederland gericht investeren in vier strategische technologische domeinen: digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, en life sciences & biotechnologie. Europa raakt achterop tegenover China en de VS, terwijl Nederland sterke kennis en bedrijven heeft maar zichzelf belemmert met complexe regels en gebrek aan schaal. Wennink pleit voor een langjarig investeringsprogramma, snellere procedures, betere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en een duidelijke nationale technologie‑strategie."
De keuze voor de vier strategische technologische domeinen verbaast mij wat. Gaan we nu weer centraal bepalen wat de winnaars zullen zijn? Waarom staat 'veiligheid en weerbaarheid' in dit lijstje? Natuurlijk zijn die belangrijk, maar kunnen wij het verschil op deze gebieden maken zodanig dat we ons verdienmodel erdoor kunnen versterken? Ik betwijfel het. Ik zou dan eerder voor watermanagement kiezen omdat we daar al eeuwen goed in zijn en de wereld daar de komende decennia wellicht grote behoefte aan heeft. Kennelijk is de koning niet geraadpleegd voor dit rapport. Jammer.
Misschien wel het meest interessante en zorgwekkende plaatje in het rapport heb ik hieronder ingeplakt. Het plaatje laat zien dat we op het specifieke gebied van quantumtechnologie internationaal heel behoorlijk ons partijtje meeblazen in termen van wetenschappelijk onderzoek en patenten, maar dat we ernstig tekortschieten in de vercommercialisering, daar waar de welvaart wordt gecreëerd. Wat voor quantumtechnologie geldt, geldt wellicht veel breder.

Wennink pleit voor actie op vier punten:
Wantrouwen tegen succes
Ik vraag mij af of deze vier punten het hele verhaal zijn. Sterker nog, ik denk dat er veel meer over te zeggen is. Succesvol ondernemerschap wordt bij ons eerder wantrouwend dan met bewondering bekeken. Ook de belastingdruk is hoog. Ook voor bedrijven zijn de lasten hoog. Wennink schrijft expliciet dat het maar eens afgelopen moet zijn met de verplichting om twee jaar lang loon door te betalen aan langdurig zieke medewerkers. Daar ben ik het mee eens, maar ik vind die opmerking wel een wonderlijk detail in zo'n 'big picture' rapport. Mensen die financieel succesvol zijn worden wantrouwend bekeken (ze kunnen beter niet niet in heel dure auto's rijden) en ze worden gezien als prima plaats voor (nog) zwaardere lasten. Neem een discussie over erfbelasting. Vraagt iemand zich wel eens af hoe de erfbelasting het ondernemingsklimaat beïnvloedt? Laat staan de door sommigen bepleite aanzienlijke verhoging van die belasting.
Als ik mij dan toch even beperk tot het bovenstaande lijstje, moet ik denken aan mijn bescheiden voetbalverleden. Mijn talent was bescheiden. Bij een tactische bespreking voor een wedstrijd tegen een veel sterkere tegenstander zei mijn toenmalige coach tegen mij dat ik moest proberen zoveel mogelijk in de weg te lopen van de aanvallers van de tegenpartij. Dat lukte vrij aardig. We verloren dik, maar het had erger gekund. Uit dit lijstje van Wennink spreekt dat onze economie ook zo functioneert. Er wordt veelvuldig 'in de weg gelopen', zij waarschijnlijk niet opzettelijk. Als we dat nu eens wat minder zouden doen, zou er makkelijker gescoord kunnen worden. Wennink wil dat het toekomstig verdienvermogen 'Chef Sache' wordt van de minister-president en dat er een 'Commissaris Toekomstige Welvaart' komt evenals een 'Nationaal Investeringsberaad'. Dat klinkt mij veel te bureaucratisch. Dan krijg je volgens mij alleen maar nog meer mensen die in de weg lopen. Ik heb er in het verleden wel eens voor gepleit dat bij nieuwe wetgeving een 'productiviteit-effect rapportage' moet worden opgesteld, zoals bij grote projecten 'milieu-effect rapportages' verplicht zijn. Dat lijkt me effectiever.
Wennink is niet de eerste die voor vermindering van de regeldruk pleit, maar hoe maak je dat concreet? Het rapport blijft op dit gebied nogal vaag in mijn optiek. Ik denk wel eens dat er twee manieren zijn om naar regels te kijken. Sommige mensen hebben een houding van: 'regels zijn er om je aan te houden', anderen denken 'regels zijn er voor de mensen, de mensen zijn er niet voor de regels'. Wennink heeft het ook over 'doorgeschoten verantwoordingsdruk'. Helemaal mee eens, maar wat doe je eraan?
Tranen in mijn ogen
Op het gebied van talent onderschrijf ik volledig wat het rapport zegt. Een tweede plaatje uit het rapport dat ik met frustratie, woede en tranen in mijn ogen bekijk, heb ik hieronder ingeplakt. Wennink schrijft dat we sinds 2000 meer aan onderwijs uitgeven als percentage BBP, al onderbouwt hij dat niet. Hoe dan ook, onze onderwijsprestaties zijn verslechterd en verslechteren nog steeds, zowel in absolute zin, maar ook ten opzichte van andere landen. Toen de huidige regering wilde bezuinigen op onderwijs stak een storm van kritiek op. Maar over de verslechtering van onze onderwijsprestaties hoor je onthutsend weinig. Ik kan mij daar heel kwaad over maken. Wie legt daar eens verantwoording voor af? Belangrijker, hoe buigen we de trend om? Wennink zegt daar wel wat over, maar te weinig in mijn optiek.

Wennink roept ook op om meer ruimte te bieden aan kennismigranten. Dat lijkt mij een heel goed idee. Maar wat hebben we de laatste jaren gedaan? We zijn een land van hoge belastingen en internationaal gezien geringe inkomensverschillen. Voor kennismigranten is dat niet aantrekkelijk. Om het voor die mensen toch aantrekkelijk te maken om in Nederland te werken, kennen we de 30%-regeling die de eerste 30% van het inkomen van een kennismigrant die aan bepaalde voorwaarden voldoet, vrijstelt van inkomstenbelasting. Die regeling is de laatste jaren echter fors versobert.
De roep om beschikbare en betaalbare energie kan ik eveneens alleen maar onderschrijven. Sterker nog, ik schrijf daar regelmatig over. Dan is het ook wel van belang te vertellen waarom onze energie zo duur is, zowel in absolute zin als ten opzichte van andere landen. Mijns inziens is daarvoor een aantal factoren aan te wijzen. Ten eerste is het een Europees probleem. Of we het nu leuk vinden of niet we zijn en blijven nog lang afhankelijk van fossiele brandstoffen. Maar we hebben, willens en wetens, toegestaan dat onze zelfvoorzieningsgraad in olie en gas al 20 jaar daalt. We willen geen fracking en beperken exploratie. Tja, dan word je afhankelijk van anderen. Als je dan vervolgens ruzie krijgt met een van hen, dan kunnen de prijzen stijgen. Verder speelt hier het klimaatbeleid. We heffen hoge belastingen, liefst nog hoger dan in buurlanden. Sommigen stellen dat we dan maar de energietransitie moeten versnellen. Dat lijkt mij een slecht idee. Alle beschikbare cijfers suggereren dat energiekosten stijgen naarmate het aandeel van 'hernieuwbaar' in de energiemix toeneemt. Vooral na 'Fukushima' heeft Duitsland zwaar ingezet op de 'Energiewende'. Moet je de kosten van elektriciteit en de staat van de Duitse economie nu eens zien!
Als ik op een regenachtige dag langs een 'zonneweide' rijd, vraag ik mij vaak af of dat geen inefficiënt gebruik is van wat waarschijnlijk tot de meest vruchtbare grond van de wereld behoort. Ook vraag ik mij af hoe het zit met de biodiversiteit onder de panelen en waar de weidevogels zijn. Ik denk dan regelmatig aan een oude boerenwijsheid die bij ons vroeger thuis vaak voorbij kwam: 'koud en nat, dan groeit er nog wat, koud en droog, dan komt er niets omhoog'. Maar bij koud en nat leveren die zonnepanelen al helemaal weinig op.
In mijn optiek benoemt Wennink onvoldoende waarom onze energieprijzen zo hoog zijn dat ze ons verdienvermogen verstikken. Maar ja, mijn visie is natuurlijk niet politiek-correct. Ik kan dat desondanks opschrijven, want ik heb geen 'klankbordgroep' uit de gevestigde orde.
Ook over de economische infrastructuur ben ik het volledig eens met Wennink. Ik vind vooral opmerkelijk – en eigenlijk ook heel spannend – wat hij schrijft over Schiphol. Hij prijst vooral de 'hub-functie van de luchthaven'. Die maakt Schiphol volgens zijn rapport uniek in Europa en is een belangrijke factor in het aantrekken van buitenlandse bedrijven. Het is juist de hub-functie van Schiphol die onder vuur ligt.
Wennink pleit ook voor het oprichten van een nationale investeringsbank en een 'agentschap voor baanbrekende innovatie'. Deze instellingen moeten ervoor zorgen dat er voldoende financiering is voor kansrijke innovatieve ondernemingen om door te groeien. Volgens velen ontbreekt dat eraan in Europa. Ik heb mijn twijfel en vraag mij af of de randvoorwaarden, het ondernemingsklimaat, niet gewoon te weinig aantrekkelijk zijn. Wat ik erg grappig vind is dat Wennink schrijft dat deze instellingen op afstand van de politiek moeten staan en professioneel geleid moeten worden. Nogal wiedes, zou ik zeggen. Vooral dat laatste. Niemand zou ervoor pleiten zulke instellingen op niet-professionele wijze te laten leiden. Kennelijk zegt Wennink hier dat dat in het verleden wel vaak is gebeurd.
Productiviteit
Terug naar de constatering dat onze productiviteitsgroei al decennia daalt en dat we die trend moeten ombuigen. Productiviteit is een makkelijk te begrijpen concept. Het is gewoon wat iemand in een tijdseenheid aan waarde kan creëren. Veel moeilijker is om het goed te meten voor de economie als geheel en als je het hebt gemeten om de uitkomsten te duiden.
De gaswinning is niet arbeidsintensief. Dat is daardoor een activiteit met een hoge arbeidsproductiviteit. Toen we besloten de gaswinning in Groningen te beëindigen, nam de bedrijvigheid in deze 'hoog-productieve' sector zodanig af dat de gemiddelde productiviteit in ons land ook afnam. Maar wat zegt zo'n cijfer?
Wennink bepleit dat we bedrijvigheid in laag-productieve sectoren moeten verminderen en in hoog-productieve sectoren moeten opvoeren. Dan stijgt automatisch de gemiddelde productiviteit. Theoretisch valt daar geen speld tussen te krijgen, maar ik vraag mij af of het zo werkt. En als het al zo is, vraag ik mij af waarom middelen, zoals arbeid en ruimte, niet automatisch naar de hoog-productieve sectoren vloeien.
Wenninks oude werkgever, ASML, betaalt het personeel ongetwijfeld uitstekend. Ik weet het niet precies, maar ga ervan uit dat ASML toch problemen heeft met het werven van personeel. De winstmarges van ASML liggen boven 40%. Het bedrijf zou het personeel makkelijk nog veel hogere salarissen kunnen betalen. Mij lijkt het waarschijnlijk dat er dan veel makkelijker aan personeel is te komen, al kan dat misschien wel even duren. Meer algemeen zou ik zeggen dat de beloningsverschillen tussen laag- en hoog-productieve sectoren veel groter zouden moeten zijn. Dan zou arbeid ongetwijfeld veel meer van laag-productieve naar hoog-productieve bedrijven verkassen. Ik hoor u denken "en de zorg dan?" Dat is simpel. Je moet de beloning in de zorg zo hoog vaststellen dat er voldoende mensen werken. Dat is waarschijnlijk hoger dan nu, en daarmee neemt de gemeten productiviteit in die sector ook toe.
Hetzelfde betreft ruimte. Het meest teleurstellende onderdeel van het rapport Wennink vind ik wat hij schrijft over stikstof. We moeten van het stikstofslot, dat is helder. Volgens Wennink moeten de aanbevelingen daarover van het rapport Remkes uit 2022 worden opgevolgd. Dat is teleurstellend omdat er sindsdien zoveel kritisch is gezegd en geschreven over de stikstofnormen in ons land, hoe het wordt gemeten etc.. Dit is een bestuurlijk probleem. Wennink concludeert dat vooral de veehouderij verantwoordelijk is en stevig dient te worden gesaneerd. In een recente podcast vegen Marianne Zwagerman en Wouter de Heij daar de vloer mee aan. HIER. Ik heb zo'n donkerbruin vermoeden dat Wennink zich op dit punt stevig heeft laten influisteren door de klankbordgroep.
Als hoog-productieve bedrijven geen ruimte hebben om uit te breiden en er volgens Wennink te veel ruimte door de landbouw wordt opgeslokt lijkt me de conclusie voor de hand liggend. Dan is die ruimte gewoon verkeerd geprijsd. Als boeren hun grond tegen elke prijs aan bedrijven zouden mogen verkopen (of ten behoeve van woningbouw) en die er dan hun bedrijf (of woningen) op zouden mogen bouwen, zul je zien dat er snel ruimte naar hoog-productieve aanwendingen gaat. Maar dat mag niet, want we vinden het maatschappelijk onacceptabel als een groep, in dit geval boeren, zo'n meevaller zouden genieten.
Samenvattend
Met een groot aantal punten ben ik het eens met het rapport-Wennink, met andere niet en het rapport behoeft mijns inziens nog wel wat toevoegingen.
Op deze punten ben ik het helemaal eens met Wennink:
Ik zou nog wel een paar zaken willen toevoegen:
© DCA Market Intelligence. Op deze marktinformatie berust auteursrecht. Het is niet toegestaan de inhoud te vermenigvuldigen, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, in welke vorm dan ook, zonder de uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van DCA Market Intelligence.