De varkensmarkt is nog altijd vrij vlak. Dat geldt voor zowel de vlees- als slachtprijzen. Al is er een lichtpuntje, want voor het eerst sinds december steeg de gemiddelde karkasprijs licht.
De varkensmarkt blijft grotendeels stabiel, maar inmiddels beginnen de ondertonen iets positiever te worden. De gemiddelde slachtprijs is voor het eerst sinds december gestegen. Wel is de stijging nog minimaal. In totaal steeg de prijs van het karkas met 0,45 cent per kilo. Dit komt door een stijging van de prijzen van de nekken met 6 cent. Wel nam de prijs van de varkenshazen af, maar dit zorgde voor relatief minder druk, aangezien hazen slechts een beperkt aandeel hebben in de verwaarding van het varken.
De stabiele fase in de vleesvarkensmarkt is eveneens nog niet voorbij. De Noord-Europese varkensprijzen blijven bij alle grote slachterijen gelijk. Het beeld is in Zuid-Europa niet anders. Ook in Spanje blijven de prijzen grofweg gelijk.
Ingewijden in de markt, ook binnen de slachterijen, erkennen dat het huidige prijsniveau op de varkensmarkt op de lange termijn niet houdbaar is. Varkenshouders schrijven bij de huidige slachtprijzen duidelijke rode cijfers. Dit zou erop kunnen duiden dat er bereidheid is om de slachtprijzen wat te laten stijgen als de markt krapper wordt. Toch is er met name in Nederland, waar de prijzen duidelijk lager liggen dan in de omringende landen, geen garantie dat dit ook daadwerkelijk gaat gebeuren.
Krimp Nederland ieder moment merkbaar
De Nederlandse varkensmarkt is met de Lbv+-regeling behoorlijk krapper geworden. Een aanzienlijk aantal varkenshouders is gestopt, wat betekent dat de markt dit aanbod moet missen. Vermoedelijk wordt dit duidelijk zodra de varkensprop van afgelopen kerst is weggewerkt. Volgens ingewijden in de markt zijn we daar bijna. In week 2 en 3, die RVO reeds heeft opgegeven, was die prop nog duidelijk zichtbaar.
Het slachtcijfer ligt met 285.000 tot 290.000 varkens ruim boven het niveau dat we binnenkort kunnen verwachten. Als het goed is, zal het gemiddelde slachtcijfer net boven de 250.000 varkens per week uitkomen. Toch is het aantal slachtingen niet heel hoog en dat laat zien dat ook de varkensprop een relatief begrip is. Voorgaande jaren werd er over het algemeen pas van een groot aantal slachtingen gesproken als het slachtcijfer boven de 300.000 varkens lag. Vorig jaar lag het slachtcijfer in week 2 bovendien 1,8% onder het niveau van het jaar daarvoor en in week 3 werd 1,1% minder geslacht. Dat het aanbod als ruim wordt geïnterpreteerd, is dan ook vooral een kwestie van een zwakke vraag.
Vermoedelijk blijkt snel dat het voor slachterijen moeilijker wordt om hun slachthaken vol te krijgen. De vraag is hoe de sector hierop reageert. Blijft de concurrentie om varkens langdurig fors, dan kunnen de slachtprijzen wel weer een paar stapjes omhoog gaan.
Mochten slachterijen hun capaciteit snel verlagen, dan is de prikkel hiervoor minder sterk. Dat dit snel gebeurt, is echter niet zeker, aangezien hier sprake is van een zero-sum game. Mocht de concurrent voldoende terugschalen, dan is het mogelijk om de eigen capaciteit groter te houden, waardoor de overhead over meer slachthaken kan worden uitgespreid. Dit maakt het niet al te aantrekkelijk om de eerste te zijn. Waarschijnlijk zullen we moeten afwachten wie het eerst met de ogen knippert.