Het is inmiddels een politiek beladen onderwerp: de ontwikkeling van de rundvleesprijzen in de Verenigde Staten. Torenhoge prijzen voor consumenten leiden tot steeds meer kritische geluiden in het land. In januari komt het Amerikaanse Landbouwministerie (USDA) met nieuwe cijfers over de dieraantallen, maar wat kunnen de ontwikkelingen van de slachtcijfers ons nu al leren?
Recent werd het hoge prijsniveau van rundvlees in de VS een nationaal thema. President Trump kondigde verlaging van importtarieven op rundvlees aan om de markt te ontspannen. Dit was tegen het zere been van de 'ranchers' in het land die de impact op de prijzen van slachtvee vrezen. Zij geven aan dat het kostprijsniveau de afgelopen jaren hard opliep, waarop de president aangaf wat aan dit kostprijsniveau te willen doen. De belangrijkste factor in het hele gebeuren is de omvang van de veestapel. Het aantal stuks rundvee bevindt zich op het laagste niveau sinds zeker de jaren '50. Het gevolg: slachthuizen sluiten vanwege een gebrek aan slachtvee de deuren. Veel betrokkenen kijken daarom met spanning naar de ontwikkelingen van de slachtcijfers. Zijn er eerste signalen dat veehouders het aantal dieren weer uit durven te breiden?
Trends in prijscyclus
Prijscycli die de omvang van de rundveestapel beïnvloeden zijn van alle tijden. Tijdens een prijspiek breidden veehouders de veestapel uit. Het aanbod groeit en de prijzen zakken. Na het dieptepunt stijgen de prijzen en op enig moment wordt het aantal dieren weer uitgebreid. De afgelopen jaren hebben de factoren droogte en de enorme prijspiek echter ook rol gespeeld en de cyclus lijkt vertraagd. In plaats van snel in te zetten op uitbreiding van de veestapel zorgden de hoge productiekosten door droogte, en de hoge prijzen voor slachtvee er voor dat er nauwelijks extra 'heifers' (vaarzen) voor de fokkerij op vleesveebedrijven werden aangehouden. Ranchers kozen voor de korte termijn om te profiteren van de hoge prijzen voor slachtvee.
Steeds vaker hinten een aantal omstandigheden langzaam maar zeker weer wat op uitbreiding. Analisten wijzen daarbij onder meer op de aanzienlijk betere groeiomstandigheden afgelopen seizoen voor ruwvoer. Ook de 'droogtemonitor' van het Amerikaanse ministerie van Landbouw laat zien dat de groeiomstandigheden in de belangrijkste veehouderijgebieden de afgelopen periode veel beter waren om goed ruwvoer te winnen.
Slachtcijfers niet overtuigend, maar eerste signaal
Een blik op de slachtcijfers van de USDA laat nog geen heel duidelijk signaal zien dat veehouders inzetten op herstel van het aantal dieren. Volgens betrokkenen moet het aandeel vrouwelijke slachtingen, vaarzen en koeien, op maximaal zo'n 47% zitten om daadwerkelijk uitbreiding van de rundveestapel te kunnen realiseren. Hoewel het aandeel vrouwelijke slachtingen hier nog wel wat boven ligt, ligt deze wel op een duidelijk lager niveau dan vorig jaar. Met andere woorden: er wordt in verhouding minder vrouwelijk vee geslacht.
In de periode van 1 juni tot en met 30 november lag het aantal runder-slachtingen volgens het USDA in totaal op 14.390.000 stuks. Vorig jaar waren er dat in dezelfde periode nog 15.629.000. Het totaal aantal slachtingen daalde daarmee met 8,6%. Nadere bestudering van de cijfers leert dat het aantal slachtingen van vaarzen recent eveneens gedaald is.
Recent liep het aantal geslachte melkkoeien juist weer wat op, voornamelijk ingegeven door de ook in de VS fors gedaalde melkprijzen. Het is aannemelijk dat met name wat oudere en minder productieve melkkoeien wat eerder worden geslacht. Dit hoeft de nieuwe aanwas volgend jaar niet per se negatief te beïnvloeden. Als we kijken naar de verhouding van het aantal geslachte vaarzen ten opzichte van het totaal aantal slachtingen valt te zien dat deze gedaald is: er worden in verhouding minder jonge koeien geslacht. Ook in absolute aantallen daalden het aantal geslachte vaarzen en overige koeien flink, met meer dan 10%. Dat is een pril signaal dat er mogelijk toch meer vee wordt ingezet voor nieuwe aanfok. Een teken dat er wordt geïnvesteerd in uitbreiding van de veestapel.
|
Slachtingen van 1 juni tot en met 30 november |
'24 |
'25 |
Verschil |
|
Totaal |
15.629.000 |
14.390.000 |
-8,6% |
|
Vaarzen |
4.928.000 |
4.436.000 |
-10,0% |
|
Melkkoeien |
1.299.000 |
1.305.000 |
+0,5% |
|
Overige koeien |
1.329.000 |
1.133.000 |
-14,7% |
|
Stieren |
7.749.000 |
7.271.000 |
-6,1% |
|
Verhouding vaarzen op totaal |
31,5% |
30,8% |
-0,7% |
Hoewel er dus wat signalen zijn die wijzen op lichte aanwas, zijn de cijfers nog niet dermate overtuigend dat een snelle groei van het aantal runderen wordt voorzien. Veehouders en verwerkers kijken dan ook met spanning uit naar de cijfers over de omvang van de veestapel in januari van het USDA. Daar zal een mogelijk herstel van de rundveestapel voor het eerst bevestigd moeten worden.